De waarderingsgrondslagen hebben betrekking op de waardering van balansposten om een reëel beeld te krijgen van de vermogenspositie van de gemeente. Het gaat om de volgende regels:
Het toerekeningsbeginsel moet in acht worden genomen;
Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs;
Reserves in mindering brengen op de boekwaarde van een investering is niet toegestaan;
Bijdragen van derden, die in directe relatie staan tot het actief, moeten in mindering gebracht worden op de investering;
Bijdragen uit een voorziening op grond van artikel 44, ld 1 BBV (dat wil zeggen in de heffing begrepen gespaarde bijdragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen) moeten in mindering gebracht worden op de investering;
Bij de waardering van de vaste activa met economisch nut wordt rekening gehouden met waardevermindering, indien deze vermindering naar verwachting duurzaam is;
Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de op dat moment aanwezige boekwaarde.