De BBV laat de gemeenten vrij in de keuze van afschrijvingsmethodiek. In de praktijk zijn er echter vele afschrijvingsmethoden. De (bij de overheid) meest voorkomende zijn de lineaire afschrijving en de afschrijving door middel van gelijkblijvende annuïteiten.
Lineaire afschrijving
De lineaire afschrijving is een afschrijving op basis van een vast percentage van de oorspronkelijke investering. Indien deze methode wordt toegepast, zullen de rentelasten dalen. Vaak wordt deze methode toegepast als de onderhoudskosten in de gebruiksperiode zullen stijgen. Nadeel van de lineaire afschrijvingsmethode is dat bij vervanging hogere jaarlasten ontstaan in vergelijking met de jaarlasten van de oude, bijna of volledig afgeschreven, investering.
Annuïtaire afschrijving
Annuïtaire afschrijving gaat uit van een gelijkblijvende jaarlijkse som van afschrijvings- en rentelasten. De rentelast daalt gedurende de gebruiksperiode, waardoor het gedeelte voor afschrijving omgekeerd evenredig stijgt. Deze methode leent zich vooral in situaties waarbij de kosten worden doorbelast. Deze methode voorkomt dat sterke afwijkingen ten opzichte van voorgaande jaren leiden tot sterke wisselingen in tarieven etc. Deze methode kan ook worden toegepast als er een (rijks)vergoeding tegenover de investering staat die ook gebaseerd is op de annuïteiten methode. Bij de annuïteiten methode is het wel van belang dat, door bijvoorbeeld veroudering, geen sprake is van sterke stijging van onderhoudslasten. In die gevallen is het beter om te kiezen voor de lineaire methode.
Degressieve afschrijving
Degressieve afschrijving is het afschrijven op basis van een vast percentage van de boekwaarde. Doordat de boekwaarde ieder jaar afneemt wordt de afschrijving ook elk jaar lager.
Voor de afschrijving van activa wordt de lineaire methode toegepast.