De afschrijvingstermijn dient zo goed mogelijk aan te sluiten op de feitelijke gebruiksperiode van het kapitaalgoed. Bij de waardedaling moet rekening worden gehouden met de technische en / of economische levensduur.
De technische levensduur is de periode dat de activa technisch in staat is om gebruikt te worden. De economische levensduur is de periode waarin de activa naar schatting economisch kan worden gebruikt. In beginsel is iedere termijn die op een weloverwogen manier tot stand komt acceptabel. Daarbij kan ook worden gekeken naar wat maatschappelijk aanvaard is. Bij deze overwegingen dienen de volgende aspecten betrokken te worden:
Technische slijtage. Deze ontstaan door twee factoren:
het verloop van de tijd;
afhankelijk van de omvang van het gebruik.
Economische slijtage. Hoewel het kapitaalgoed technisch nog niet is versleten voldoet het niet meer aan de eisen van deze tijd. Deze veroudering wordt dan ook wel economische slijtage genoemd. Hierop is één uitzondering: kosten voor onderzoek ten behoeve van een bepaald kapitaalgoed dienen in maximaal 5 jaar te worden afgeschreven.
Voor de gemeente Krimpenerwaard zijn op basis van het voorgaande afschrijvingstermijnen bepaald. In bijlage 2 is een opsomming opgenomen van diverse soorten activa en de geldende afschrijvingstermijnen.
Indien de tabel in bijlage 2 niet voorziet in een afschrijvingstermijn stelt het college van B&W een redelijke termijn vast.
Voor bestaande activa van voor de herindeling waarvoor geldt dat voornoemde tabel niet voorziet in een afschrijvingstermijn, wordt de bij de voormalige organisatie gehanteerde afschrijvingstermijn gehandhaafd.