**1..** Een schip mag geen voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven gebruiken, als:
het aan de grond zit;
het gemeerd, ten anker of op spudpalen ligt;
het op korte afstand van de kade of de oever gaande wordt gehouden, of;
de voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven worden gebruikt om het schip tegen de kade of de oever aan te drukken , anders dan onmiddellijk voor het ontmeren of afmeren.
**2..** Het eerste lid, onder b geldt niet als het schip aan een ander schip gemeerd ligt en moet bij- of afdraaien ter voorkoming van schade.
**3..** Als de voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven van een schip in werking zijn, is een persoon die met het schip mag varen in de stuurhut aanwezig.
**4..** Het derde lid geldt niet als het schip:
afmeert of ontmeert;
een lengte van maximaal 35 meter heeft;
op grond van het vereiste geldige certificaat, als bedoeld in de Binnenvaartwet, met één bemanningslid mag varen, en;
één bemanningslid, zijnde de schipper, heeft, die als enige aan boord is.
Artikel 3.6