**1..** Een schip mag zich alleen in een oliehaven bevinden als:
het een tankschip is;
het schip van de haveninfrastructuur gebruikt maakt, heeft gemaakt of zal maken om te lossen, te laden, ladingtanks of sloptanks schoon te maken of te bunkeren;
het een roei- of motorboot is die niet door een benzinemotor wordt voortbewogen en die tot de uitrusting van een schip als bedoeld in onderdeel a of b behoort, en:
gebruikt wordt voor het vervoeren van opvarenden naar en van een schip, of;
waarvan de werking van de motor, de davit of de vrije val-installatie wordt getest;
de aanwezigheid van dat schip in de haven in verband met de aankomst, het verblijf of het vertrek van een schip als bedoeld in onderdeel a of b, noodzakelijk is;
het schip werkzaam is voor een publiekrechtelijk lichaam of het schip van de havenbeheerder is;
het schip rechtstreeks en zonder onderbreking vaart naar of van haveninfrastructuur buiten de oliehaven;
het een dienstverlenend schip is;
het een schip betreft dat baggerwerkzaamheden uitvoert;
het een werkschip is;
het een LNG-bunkerschip is.
** 2. .** Het is verboden zich met een pleziervaartuig of passagiersschip in een oliehaven te bevinden.
Artikel 5.2