Naar hoofdinhoud
1.. Tijdens de overslag tussen tankschepen onderling van de volgende vloeibare gevaarlijke stoffen: van een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code of het ADN vervoerd moet worden in een tank met een aansluiting voor een dampretourleiding of gesloten vervoerd moet worden, of; van een vloeistof als bedoeld in bijlage 2, of; van een vluchtige organische stof wordt gebruik gemaakt van een: tussen betrokken ladingtanks aangesloten dampretourleiding, of; van een ontgasvoorziening op zodanige wijze dat er geen dan wel zo min mogelijk emissie naar de atmosfeer plaatsvindt buiten de kaders zoals aangegeven in de vergunning van de ontgasvoorziening. 2.. Voor de overslag worden niet meer ladingleidingen gebruikt dan noodzakelijk. De vaste aansluitpunten voor ladingleidingen liggen op zo kort mogelijke afstand van elkaar. 3.. Bij de overslag van vloeibare gevaarlijke stoffen wordt de vaste scheepsleiding gebruikt. 4.. Bij het lossen van vloeibare gevaarlijke stoffen, met uitzondering van schadelijke stoffen, wordt de vaste scheepspomp gebruikt. 5.. Een schip dat vloeibare gevaarlijke stoffen, met uitzondering van schadelijke stoffen, overslaat, mag aan beide zijden één schip afgemeerd hebben. Er mogen meer schepen aan één zijde afgemeerd liggen als het gaat om: één enkel dienstverlenend schip, mits deze afgemeerd wordt buiten de ladingzones van het tankschip, of; één enkel bunkerschip.

Rechtspraak bij dit artikel