Voor openstaande vorderingen betreffende gemeentelijke belastingen: wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het geschatte percentage van oninbaarheid conform de berekeningsmethodiek vastgelegd in de gemeenterekening 2002 op pagina 217.
Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden overeenkomstig de methodiek genoemd in lid 1.