De begroting betreft de programmabegroting en de productenraming beide ingedeeld naar programma’s. De jaarrekeningstukken bestaan uit de programmarekening en een productenrealisatie, ook ingedeeld naar programma’s. De raad stelt ieder jaar de programmabegroting en –rekening vast.
De raad stelt per programma vast:
de beoogde maatschappelijke effecten;
de te leveren goederen en diensten;
de lasten en baten.
Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en diensten.
Als bijlage bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt van de nieuwe investeringen per programma het benodigde investeringskrediet weergegeven.
In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. Investeringen die zijn afgerond, dienen te worden gesloten en eventueel resterende kredietruimte valt vrij.
In de programmarekening wordt een overzicht opgenomen van de oninbare vorderingen groter dan € 25.000. Tevens worden in dit overzicht opgenomen verzamelde oninbare vorderingen van dezelfde aard die in totaal groter zijn dan € 25.000.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.
Inrichting begroting en jaarstukken
Onderdeel van Financiële verordening Uitgeest