**1..** De subsidie wordt slechts verstrekt indien:
alle op het sloopperceel aanwezige gebouwen worden gesloopt, mits de te slopen oppervlakte tenminste 200 m2 bedraagt; woningen en daarbij behorende bijgebouwen binnen een afstand van 25 meter met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 100 m², alsmede cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, mogen worden behouden.
de fundamenten en de ondergrondse voorzieningen van het sloopperceel zijn verwijderd, op een wijze die verantwoord is uit een oogpunt van milieuzorg, en het sloopperceel is geëgaliseerd;
aan het sloopperceel, voor zover nodig, een passende andere bestemming is verleend;
bodemverontreiniging op het sloopperceel, indien aanwezig, is teruggebracht tot een niveau dat in verband met het te verwachten grondgebruik aanvaardbaar kan worden geacht;
de milieuvergunning, indien verleend, voor een inrichting op het sloopperceel is ingetrokken;
de binnen de gemeente gelegen gronden van degene door of namens wie de subsidie-aanvraag is ingediend, met uitzondering van de bij een woning op het sloopperceel behorende grond, waarvan de oppervlakte ten hoogste een hectare bedraagt, voorzover die in de EHS zijn gelegen, voorafgaand aan de subsidevaststelling in eigendom zijn overgedragen aan BBL, dan wel zijn onttrokken aan pacht (beëindiging pachtovereenkomst) voorzover deze gronden eigendom zijn van Staatsbosbeheer of een particuliere natuurbeschermingsorganisatie, een en ander behoudens het bepaalde in lid 2 van dit artikel;
bij de aanvraag ten behoeve van BBL melding is gedaan van de gronden, die degene door of namens wie de subsidie-aanvraag is ingediend, in eigendom heeft op het grondgebied van de gemeente.
**2..** De in het eerste lid, onder f) genoemde voorwaarde geldt niet indien voor de bedoelde gronden ten tijde van de subsidieverlening een beheers- of inrichtingssubsidie wordt verstrekt met toepassing van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000.
Artikel 4
Voorwaarden voor subsidie
Onderdeel van Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied