Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Inrichting accountantscontrole

Onderdeel van Controleverordening Veere, 2019

De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. Ter voorbereiding op de uitvoering van de accountantscontrole vindt jaarlijks afstemming plaats met de auditcommissie (namens de raad) waarbij zij in de gelegenheid wordt gesteld speerpunten voor de controle in te brengen. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings-)overleg plaats tussen de griffier (namens de raad) en het hoofd Bedrijfsvoering dan wel de degene die belast is met de financial control.

Rechtspraak bij dit artikel