Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift hiervan aan het college.
In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles verslag uit over zijn bevindingen van niet bestuurlijk belang, aan de ambtenaar van wie het geldelijk beheer, het vermogensbeheer, de administratie en de beheersdaden zijn gecontroleerd, het hoofd van de dienst waar de ambtenaar werkzaam is, de businesscontroller en degene die belast is met financial control dan wel andere daarvoor in aanmerking komende ambtenaren.
De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor verzending aan de raad door de accountant aan het college voorgelegd met de mogelijkheid voor het college om op deze stukken te reageren.
De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarstukken het verslag van bevindingen met de auditcommissie en licht deze desgewenst toe aan de raad.
Het college informeert de raad, via de auditcommissie, binnen 6 weken na ontvangst van de definitieve uitkomsten van de tussentijdse controle, over de bestuurlijke aspecten van de tussentijdse controle.
De raad kan met de accountant overeenkomen dat deze naar aanleiding van de interim-controle en boardletter opstelt ten behoeve van de raad. In dat geval bespreekt hij deze met de auditcommissie, ten behoeve van advisering aan de raad.
De accountant brengt incidentele accountantsverklaringen, ten behoeve van subsidies en projecten, uit aan de directie.