Het college verstrekt een pgb met in achtneming van artikel 2.3.6 Wmo en artikel 8.1.1 Jeugdwet.
Onverminderd artikel 2.3.6 Wmo en artikel 8.1.1 Jeugdwet, verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de klant of vertegenwoordiger voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
De hoogte van een pgb:
a. wordt vastgesteld in het vooronderzoek en aan de hand van een door de klant opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;
b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en reparatie en verzekering;
c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie meest economisch, duurzame en adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura;
Een persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp, diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het eigen sociale netwerk:
a. het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1, bedraagt voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp verleend door een derde, niet zijnde op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp door een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en artikel 8 van de Regeling Jeugdwet, minimaal 100 % van het wettelijke minimumloon of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie meest economisch, duurzame en adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, als noodzakelijk is om:
i. te verzekeren dat het budget de klant in staat stelt tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en;
ii. op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon.
b. een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 kan voor op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning enkel een tegemoetkoming krijgen, vastgesteld door het college in de nadere regeling, en voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten ten behoeve van de hulp overeenkomstig de door het college daarvoor vastgestelde bedragen.
c. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.
Artikel 10.
Regels voor pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Veere 2020