Naar hoofdinhoud
Van prioritaire woningbouwplannen wordt verwacht dat deze vlot worden gerealiseerd. De initiatiefnemers hebben bij aanvraag een verklaring getekend dat het woningbouwplan binnen drie jaar wordt afgerond. Er gelden daarbij verschillende stappen met maximale termijnen die zowel voor de initiatiefnemer als voor de gemeente bindend zijn. Stap 1: binnen een half jaar nadat het collegebesluit over de prioritering is genomen, moeten twee onderdelen worden uitgevoerd Het opstellen van een intentieovereenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Daarin worden onder andere afspraken over de kwaliteit, de realisatie en de verzekering van het kostenverhaal vastgelegd. Het indienen van een ruimtelijk plan. Indien er geen plan of geen volledig plan is ingediend wordt het woningbouwplan geschrapt uit de lijst met prioritaire woningbouwplannen. De initiatiefnemer ontvangt hiervoor een afwijzing. De gemeenteraad wordt door middel van een brief geïnformeerd welke plannen het vervolgproces in gaan. Stap 2: binnen een half jaar na het indienen van het ruimtelijk plan en het opstellen van de intentieovereenkomst, moet deze in procedure worden gebracht. Dit betekent dat het ontwerp ter inzage wordt gelegd en er een grondexploitatieovereenkomst wordt opgesteld. Op basis van de wet is de gemeente verplicht haar (grond)kosten te verhalen. Indien het kostenverhaal niet kan worden verzekerd door middel van een exploitatieovereenkomst wordt tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan een ontwerpexploitatieplan ter inzage gelegd. Stap 3: binnen vijf maanden na het in procedure brengen van het plan, moet er door de gemeenteraad een besluit over het plan worden genomen. Hierbij wordt het pas toe of leg uit principe gehanteerd. Indien het door omstandigheden, zoals een groot aantal zienswijzen, niet mogelijk is om het plan binnen de afgesproken tijd in procedure te brengen, dan wordt de raad hier door middel van een raadsbrief over geïnformeerd. Aan het onherroepelijk worden van het plan is geen termijn verbonden, omdat zowel de gemeente als de initiatiefnemer hier slechts gedeeltelijk invloed op hebben. Stap 4: binnen een half jaar nadat het plan onherroepelijk is geworden, moet er door de initiatiefnemer een omgevingsvergunning worden ingediend. Indien de vergunning niet binnen een half jaar is ingediend, wordt de ontwikkelende partij in gebreke gesteld en wordt nakoming gevorderd. In het uiterste geval wordt het bestemmingsplan teruggedraaid. Om te voorkomen dat dit tot kosten op basis van planschade leidt wordt in de anterieure overeenkomst een te betalen bedrag voor wanprestatie opgenomen, waaruit deze eventuele planschade kan worden betaald. Aan het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning wordt geen termijn verbonden, omdat zowel de gemeente als de initiatiefnemer hier slechts gedeeltelijk invloed op heeft. Stap 5: binnen een half jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning moet worden gestart met de bouw. Indien niet binnen een half jaar wordt gestart, kan de omgevingsvergunning worden ingetrokken. De woningen moeten worden gebouwd binnen de termijn die in de anterieure overeenkomst wordt genoemd. Het hebben van een prioritaire status betekent dat er vanuit de gemeente medewerking wordt verleend om een woningbouwplan tot ontwikkeling te laten komen. Gedurende het gehele traject is er (intensief) contact tussen de gemeente en de initiatiefnemer zodat knelpunten en vertragingen in een vroegtijdig stadium kunnen worden herkend en er gezamenlijk naar een oplossing kan worden gezocht. Aan woningbouwplannen zonder prioritaire status wordt vanuit de gemeente geen medewerking verleend.

Rechtspraak bij dit artikel