De belasting wordt niet geheven ter zake voor het verblijf:
Van degene die verblijf houdt in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet toelating zorginstellingen;
Van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;
Van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Artikel 3
Wie betaalt de belasting niet? Vrijstellingen
Onderdeel van VERORDENING VERBLIJFSBELASTING 2020