Naar hoofdinhoud
1.. Bij het innemen van een losse standplaats is het recht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van deze verordening, verschuldigd; 2.. Het recht, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, is verschuldigd aan het begin van ieder kalenderkwartaal, of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel derde gedeelte als er in dat belastingtijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat er aanspraak op ontheffing voor zoveel derde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.. Indien de belastingplichtige door omstandigheden, onafhankelijk van zijn wil, geen gebruik kan maken van een vaste standplaats wordt ontheffing verleend voor zoveel derde gedeelten van het in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedoelde bedrag, als er volle kalendermaanden zijn, waarin van het recht tot het innemen van een vaste standplaats geen gebruik is gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel