De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Dit is in ieder geval bij:
begraafrecht: van degene, aan wie het uitsluitend recht tot begraven is verleend of bij ontstentenis daarvan van de erfgenamen van hen, wier begrafenis het geldt;
grafrecht: van degene, aan wie het uitsluitend recht tot begraven is verleend;
begraafplaatsrecht:
voor een familiegraf, keldergraf of urnengraf, van degene aan wie het uitsluitend recht tot begraven is verleend of bij ontstentenis van deze van diens erfgenamen;
voor een algemeen graf of een algemeen kindergraf van de erfgenamen van hen, wier begrafenis het geldt;
aula- en rouwkamerrechten: hetzij van degene, aan wie het uitsluitend recht tot begraven is verleend of bij ontstentenis van deze diens erfgenamen, hetzij van de erfgenamen van hen wier begrafenis het geldt;
bijzondere rechten : hetzij van degene, aan wie het uitsluitend recht tot begraven is verleend of bij ontstentenis van deze van diens erfgenamen, hetzij van de erfgenamen van hen wier begrafenis het geldt.