De rechten die verschuldigd zijn voor:
een dagplaats, zijn verschuldigd bij de aanvang van het gebruik van de standplaats;
een vaste plaats, zijn verschuldigd bij de aanvang van het kwartaal of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht;
Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van een kwartaal wordt voor dat kwartaal het recht, vermeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, punt 2 of onderdeel b, punt 2, berekend over zoveel derde gedeelten als er in dat kwartaal, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven. Een gedeelte van een maand wordt daarbij voor een volle maand gerekend;
Indien de belastingplicht eindigt in de loop van een kwartaal bestaat aanspraak op ontheffing van het in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, punt 2 of onderdeel b, punt 2, vermelde recht voor zoveel derde gedeelten als er in dat kwartaal, na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht, nog volle maanden overblijven.
Geen aanspraak op teruggave bestaat wanneer de vergunninghouder om welke reden dan ook de standplaats waarvoor de vergunning is afgegeven gedurende de looptijd van de vergunning niet inneemt.
Artikel 7
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van VERORDENING MARKTGELDEN 2020