Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 12:

Artikel 32:

Opheffing en liquidatie

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland

1.. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 14 van de Wet publieke gezondheid en artikel 8 juncto artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s mogelijk is. Opheffing geschiedt in dat geval bij daartoe strekkende besluiten van de raden, de colleges en de burgemeesters van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten. 2.. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 3.. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. 4.. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 5.. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van het openbaar lichaam. 6.. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 7.. Het besluit tot opheffing van deze regeling wordt direct gezonden aan de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten. 8.. De organen van het openbaar lichaam blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid. 9.. Gedurende de vereffening wordt de aanduiding van de regeling aangevuld met de afkorting van ‘in liquidatie’, zodat het opschrift komt te luiden: “Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland i.l.”.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel