Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Algemene bepalingen

Onderdeel van ALGEMEEN MANDAATBESLUIT GEMEENTE MIDDEN-GRONINGEN 2019

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder het verlenen van mandaat tevens het geven van een volmacht of machtiging verstaan. Waar in een mandaatbesluit de uitvoering van bepaalde regelingen/taken wordt opgedragen, gebeurt dit volledig c.q. in de ruimste zin, tenzij anders aangegeven. Zo vallen bijvoorbeeld het aangaan van budgettair neutrale of positieve overeenkomsten en het aanvragen van subsidies bij andere instanties nodig voor de uitvoering van de taak onder die opdracht. Maar dat geldt ook voor alle handelingen uit Titel 4.1 van de Awb bij beschikkingen en voor de uitvoering van algemene verordening gegevensbescherming (AVG) t.a.v. de bij die taken horende gegevensbestanden. De gemandateerde kan enkel gebruik maken van zijn mandaat voor het aangaan van financiële verplichtingen voor zover daarin is voorzien in de begroting. Bij mandaat van het college voor het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen (bijvoorbeeld overeenkomsten) is de ondertekening door de burgemeester ook aan de gemandateerde opgedragen. Waar de uitvoering van regelingen/taken wordt gemandateerd, wordt daarmee ook opgedragen: Het versturen van informatieve brieven en het tijdig aanleveren van antwoorden bij het team juridisch advies inkoop en contracten op informatieve vragen in brieven met ook een Wob-verzoek; de bevoegdheid tot handhaving opgedragen bijvoorbeeld door het toepassen van lasten onder bestuursdwang, dwangsom en bestuurlijke boetes. Waar het aangaan van verplichtingen c.q. het sluiten van overeenkomsten wordt (door)gemandateerd wordt ook de ondertekening en het houden van aanbestedingen conform het inkoopbeleid tot aan het afsluiten van die contracten (door)gemandateerd. Het mandaat voor het uitvoeren van aanbestedingen wordt ook verleend aan (deel)houders van budgetten ten laste waarvan de overeenkomst/verplichting komt die de hoofdbudgethouder bij mandaat aangaat. Het mandaat is gekoppeld aan een bepaalde functie en wordt uitgeoefend door degene/degenen ie de functie bekleedt/bekleden, bij diens/hun afwezigheid door diens/hun waarnemer of plaatsvervanger of anders bij teamleden door diens/hun teamleider. In principe oefent de laatste in de keten van doormandatering de betreffende bevoegdheid uit. Een eerdere gemandateerde in die keten kan die bevoegdheid echter altijd aan zich trekken. Een teamleider kan dat voor bevoegdheden waarvoor medewerkers mandaat mogen gebruiken alleen na afstemming met de verantwoordelijk directeur. Bij de uitoefening van een bevoegdheid krachtens mandaat hanteert de gemandateerde (in uitgaande brieven) de ‘ik-vorm’ en de volgende formulering voor de ondertekening. Namens mandaatgever (bijvoorbeeld B&W): Handtekening Naam Functieomschrijving gemandateerde (bijvoorbeeld gemeentesecretaris) Het college van burgemeester en wethouders stemt in met mandatering van bevoegdheden door de heffings- en invorderingsambtenaar aan medewerkers die onder verantwoordelijkheid van het college werkzaam zijn. In het algemeen mandaatbesluit wordt niet altijd gewerkt met de functies uit HR 21. Voorbeelden hiervan zijn onder andere bedrijvencontactfunctionaris, beleidsmedewerker leefbaarheid en maatschappelijk vastgoed.

Rechtspraak bij dit artikel