Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Verantwoording en vaststelling subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Onderwijsachterstandenbeleid gemeente Nissewaard 2020

1.. Uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, dient het bestuur de aanvraag tot subsidievaststelling in; 2.. Deze aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend met een door het college vastgesteld format; 3.. De kindgebonden subsidie wordt vastgesteld op basis van het daadwerkelijk aantal peuters en opvanguren per peuter aan de hand van het afgesproken subsidietarief, de berekende ouderbijdrage en onderverdeling naar categorieën van artikel 6, lid 2 onder a. en b.; 4.. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt vergezeld van een cumulatief en geanonimiseerd verslag vanuit het uitvoeringsjaar, met de volgende gegevens: Aantal geïndiceerde VVE kinderen die actief deelnemen; Aantal geïndiceerde VVE kinderen op de wachtlijst indien van toepassing; Aantal geïndiceerde VVE kinderen die niet conform de minimale 10 uurs-eis actief deelnemen en de reden waarom; Indien bekend: het aantal geïndiceerde VVE kinderen die niet actief deelnemen aan VVE of geen inschrijving hebben en de reden waarom indien bekend; Aantal kinderen VVE die niet de volledige VVE-periode hebben afgenomen en de reden waarom; Een prognose VVE bezetting volgend uitvoeringsjaar; Een kort algemeen verslag van de successen en belemmeringen in de ontwikkelingslijnen VVE gebaseerd op de volledige groep VVE-deelnemers; Aantal overdragen VVE naar onderwijs en een overzicht van het aantal warme overdragen daarin; Een overzicht van eventuele afwijkingen van artikel 1 en/of 11 binnen onderhavige subsidieregeling, inclusief onderbouwing; Aantal actief deelnemende kinderen zonder kinderopvangtoeslag of te wel de actieve afname peuteropvang; Een prognose Peuteropvangbezetting volgend uitvoeringsjaar; Een totaal verslag eigen bevindingen uitvoering VVE en peuteropvang, waarin ook verbeterpunten of succespunten die uit te bouwen zijn, opgenomen worden. 5.. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt vergezeld van een accountancy rapportage van een registeraccountant (ook als zodanig geregistreerd). De rapportage omvat een verklaring omtrent de getrouwheid van het vaststellingsverzoek en haar onderbouwing, almede een getrouwheidverklaring omtrent de gevoerde administratie m.b.t. artikel 13, lid 1 t/m 3, inclusief steekproefsgewijs de achterliggende uitvoering van de geadministreerde onderdelen op basis van onderhavige regeling; 6.. Indien de subsidie lager wordt vastgesteld dan het verleende subsidiebedrag, zal op basis van het verleende subsidiebedrag met de subsidieontvanger worden afgerekend en vindt indien van toepassing na vaststelling een terugvordering plaats; 7.. Indien bij de afrekening blijkt dat de te ontvangen subsidie hoger moet zijn dan het toegekende subsidiebedrag dient bij het vaststellingsverzoek een verzoek tot extra verlening (compensatie) te worden ingediend; 8.. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidie-vaststelling de subsidie vast; 9.. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot extra verlening (compensatie) de subsidie vast; 10.. Het college kan deze termijn voor ten hoogste 13 weken verlengen; 11.. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel