Artikel 5:32, eerste lid, van de Awb geeft het bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen de mogelijkheid om in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom kan opleggen. Ingevolge het tweede lid wordt voor een last onder dwangsom niet gekozen, indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen, zich daartegen verzet.
Als uitgangspunt geldt dat de burgemeester eerst een last onder dwangsom oplegt en pas daarna, indien de last onder dwangsom niet het gewenste effect heeft, een last onder bestuursdwang. De burgemeester kan van dit uitgangpunt afwijken, bijvoorbeeld indien op voorhand duidelijk is dat een last onder dwangsom niet of niet voldoende effectief zal zijn. Afhankelijk van de situatie wordt de hoogte van de dwangsom bepaald.
Het tijdelijk verbod om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf, zoals bedoeld in artikel 151, derde lid, van de Gemeentewet, geldt als uiterst middel.
Artikel 4.