Voor de toepassing van deze verordening wordt als één perceel aangemerkt:
de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;
een binnen de gemeente gelegen roerende zaak, die duurzaam aan een plaats is gebonden;
een gedeelte van een roerende zaak die duurzaam aan een plaats is gebonden dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer roerende zaken die duurzaam aan een plaats zijn gebonden of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar behoren;
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 4
Zelfstandige gedeelten
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2020.