Naar hoofdinhoud
Bij het renterisicobeheer wordt gestreefd naar beperking van het renterisico op de lange en korte schuld: De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet Fido; Indien de gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet toch overschrijdt dan stelt het college de gemeenteraad en de toezichthouder daarvan op de hoogte middels de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te komen; De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet Fido; Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning en passen binnen lid 1 en 3 van dit artikel; Bij nieuwe leningen wordt de rente typische looptijd zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de verwachte renteontwikkelingen; Om renterisico’s te beperken en het renteresultaat te optimaliseren wordt het aantrekken van externe financieringsmiddelen zoveel mogelijk beperkt; primair worden de beschikbare interne financieringsmiddelen aangewend; De rentevisie van de gemeente wordt verwoord in de paragraaf Financiering van de programmabegroting en is minimaal gebaseerd op de rentevisie van De Bank Nederlandse Gemeenten; Binnen de kaders gesteld onder punt 4 en 5, streeft de gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen. Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van de gemeente. Om een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de wet de zogenaamde kasgeldlimiet opgenomen. Het renterisico kan met name voor korte financiering aanzienlijk zijn, omdat rentefluctuaties bij zo’n financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet is een percentage (8,5%) van het totaal van de primaire begroting. Concreet betekent dit dat als voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden de toezichthouder (= de provincie) daarvan op de hoogte wordt gesteld. Daarbij moet dan aan de provincie een plan worden voorgelegd om binnen de kasgeldlimiet te blijven. Dit kan betekenen dat de korte termijn leningen omgezet moeten worden naar langere termijn financiering. De doelstelling achter de renterisiconorm is dat de gemeente haar leningportefeuille zo moet spreiden dat de risico’s bij herfinanciering over de jaren gespreid worden. De norm is een vastgesteld percentage (20%) van het begrotingstotaal. Dat houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen (herfinancieringen) en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20 % van het begrotingstotaal. Een rentevisie is een verwachting over de renteontwikkeling; op basis daarvan wordt een financiering- en beleggingsbeleid gevoerd. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van onze huisbankier (Bank Nederlandse Gemeenten). Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld dat met het aantrekken van lange termijn financiering wordt gewacht indien men een rentedaling verwacht.

Rechtspraak bij dit artikel