Naar hoofdinhoud
Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. Het college bevestigt schriftelijk de ontvangst van de melding. Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan hulp, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan, zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen acht weken, een onderzoek uit overeenkomstig artikel 5 en 6. In de ontvangstbevestiging informeert het college de cliënt of diens vertegenwoordiger over: de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure; de mogelijkheid om gedurende zeven dagen na de melding een persoonlijk plan te overhandigen. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wmo en hoofdstuk 6 van de jeugdwet, treft het college een passende tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het vooronderzoek en gesprek. Voor zover de hulpvraag betrekking heeft op jeugdhulp, kan de hulpvraag ook worden gemeld bij de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, die elk kan verwijzen naar gecontracteerde jeugdhulp. De gecontracteerde jeugdhulpaanbieder beoordeelt welke maatwerkvoorziening nodig is. Als de cliënt daarom verzoekt, draagt het college ten behoeve hiervan zorg voor ondersteuning bij het verhelderen van de ondersteuningsbehoefte. Het college wijst de cliënt voor aanvang van het onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning en als het om jeugdhulp gaat tevens op de mogelijkheid om gebruik te maken van een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel