Een maatwerkvoorziening kan slechts worden toegekend voor zover:
er geen voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat;
de cliënt de beperkingen niet kan wegnemen op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met vrijwilligerswerk of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;
de cliënt de beperkingen niet kan wegnemen met gebruikmaking van algemene voorzieningen;
de cliënt de voorziening niet vóór de datum van het besluit op de aanvraag heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld;
voor zover deze als de goedkoopste passende voorziening kan worden aangemerkt;
de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen
deze in overwegende mate op het individu is gericht;
de cliënt geen tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond.
Voor maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie geldt daarnaast dat deze alleen kan worden toegekend voor zover:
de maatwerkvoorziening een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven.
de beperkingen het gevolg zijn van een lichamelijke, geestelijke, verstandelijk oorzaak; een chronisch psychisch probleem of een psycho-sociaal probleem;
het geen algemeen gebruikelijke voorziening betreft;
de voorziening langdurig noodzakelijk is;
de noodzaak tot ondersteuning voor cliënt niet redelijkerwijs vermijdbaar is geweest.
Bij het verstrekken van maatwerkvoorzieningen gelden de volgende uitgangspunten:
Er wordt altijd beoordeeld op welke wijze een eventueel toe te kennen maatwerkvoorziening wordt afgestemd met algemene voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
De beoordeling of een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening wordt gebaseerd op het verslag;
HOOFDSTUK 3.
Artikel 9.
Algemene uitgangspunten en criteria voor maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Krimpenerwaard