Het college kan een besluit genomen op grond van deze verordening beëindigen of intrekken als het college vaststelt dat:
de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
de cliënt niet langer op de voorziening is aangewezen;
de voorziening niet meer toereikend is te achten;
de cliënt niet voldoet aan de voorwaarden van de voorziening of het pgb;
de cliënt de voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd;
bij wangedrag van een cliënt waardoor hulpverlening niet meer verstrekt kan worden.
Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden of 15 maanden bij een woningaanpassing, na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden;
Bij opname van de cliënt in een ziekenhuis of instelling wordt een lopende pgb tot maximaal een maand na opname ter beschikking gesteld aan de zorgverlener, ondanks de gewijzigde situatie. Na deze maand wordt op basis van de dan geldende situatie een heroverweging gedaan over de benodigde zorg en wijze van financiering en kan het pgb beëindigd worden.
Bij verblijf buiten het hoofdverblijf kan het pgb voor diensten van de cliënt na 6 weken worden beëindigd;
Als het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, zal deze voorziening worden teruggevorderd.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 12.2.
Beëindiging
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Krimpenerwaard