Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Proces van de melding, aanvraag tot beschikking

Onderdeel van Verordening Wmo & Jeugdhulp gemeente Vlissingen

Een hulpvraag kan door de cliënt bij het college worden gemeld. Met het indienen van een hulpvraag ontstaat er een melding. Indien mogelijk wordt de melding van de cliënt direct beantwoord of wordt er doorverwezen. Als directe beantwoording of doorverwijzing niet mogelijk is, wordt een afspraak gemaakt voor het voeren van een gesprek. Dit kan door middel van een huisbezoek of een afspraak op een van de loketten. De afspraak wordt bevestigd per mail of brief. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt en, voor zover mogelijk, zijn mantelzorger en, voor zover nodig,zijn sociale netwerk. Indien de cliënt dit wenst is ook de onafhankelijke cliëntondersteuner aanwezig. Tijdens het gesprek vindt vraagverheldering plaats. Daarbij wordt gesproken over de ervaren problemen, de mate waarin voor de problemen oplossingen mogelijk zijn bij voorliggende voorzieningen en welke oplossingsmogelijkheden er nog zijn. Daarnaast wordt uitleg gegeven over de eventueel te betalen eigen bijdrage en het verdere verloop van de procedure. Op basis van het gesprek wordt een verslag gemaakt, in het format van het ondersteuningsplan. Indien nodig wordt, via de cliënt, nog nadere informatie gevraagd. Het ondersteuningsplan wordt aangevuld met de visie van het college en vervolgens naar de cliënt gestuurd. De cliënt ondertekent het ondersteuningsplan, al dan niet voorzien van een zienswijze. Met de ondertekening van het ondersteuningsplan ontstaat er een aanvraag voor op het individu toegesneden voorzieningen. Na ontvangst van de aanvraag stuurt het college de beschikking. In een toekennende beschikking staat ook vermeld op welk moment de ondersteuning en zorg zoals bedoeld in artikel 2.3.9 Wmo en 8.1.3. Jeugdwet geëvalueerd wordt.

Rechtspraak bij dit artikel