In deze verordening wordt verstaan onder:
a. peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan kinderen van twee tot vier jaar gedurende een of meer dagdelen per week van maximaal 4 uur met als doel de ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spelen;
b. peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt;
c. houder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert;
d. beroepskracht: degene die in een peuterspeelzaal werkzaamheden verricht die zijn opgenomen in de voor het peuterspeelzaalwerk geldende CAO en die beschikt over een voor deze werkzaamheden passende beroepskwalificaties;
e. begeleider: degene die anders dan als beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen bij een peuterspeelzaal.