Naar hoofdinhoud

Artikel 22.

Overige verplichtingen

Onderdeel van Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland 2020-2022

De subsidieontvanger is verplicht gedurende het subsidietijdvak: gecertificeerd te blijven, te voldoen aan de eisen die bij of krachtens Jeugdwet worden gesteld en te voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 21; te beschikken over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel om de activiteiten uit te kunnen voeren; zich te houden aan de afspraken zoals vermeld in artikel 19 en 20; de inzet van een medewerker van de gecertificeerde instelling af te stemmen met de lokale toegang en ervoor zorg te dragen dat de medewerker zelf voor de start, tijdens en tijdig bij afsluiting van de jeugdreclassering of uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel afstemt met de lokale toegang, zodat een warme overdracht mogelijk is; in ieder geval uiterlijk zes maanden voordat een jeugdige 18 jaar wordt afstemming te zoeken met de lokale toegang ter bevordering van een goede overgang 18- en 18+; de subsidieontvanger faciliteert en stimuleert samenwerking met andere betrokken partijen/ organisaties/ lokale toegang gemeenten; zich te gedragen als een goed hulpverlener en daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de voor hem geldende professionele standaard, te handelen; bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten in overeenstemming te handelen met alle toepasselijke regelgeving, de norm verantwoorde werktoedeling, de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de bij aanvraag overlegde bescheiden; aangesloten te zijn bij de verwijsindex, bedoeld in artikel 7.1.2.1 van de Jeugdwet, en hiervan in overeenstemming met de gemaakte afspraken, bedoeld in artikel 7.1.3.1, eerste lid, van de Jeugdwet, gebruik te maken; zorg te dragen voor een overdracht bij de beëindiging van de subsidie in het kader van zorgcontinuïteit; zodra daar aanleiding toe is, uitvoering te geven aan het exitplan; binnen tien werkdagen (of zo snel mogelijk nadat bekend is) nadat de rechter de maatregel heeft opgelegd, aan de gemeente waar de jeugdige woonplaats (conform het woonplaatsbeginsel) heeft via VECOZO te melden dat een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering wordt uitgevoerd door de subsidieontvanger en binnen tien werkdagen via VECOZO te melden dat de maatregel dan wel reclassering is beëindigd. Deze berichten vinden plaats op basis van BSN, op individueel cliëntniveau; zolang de mailfaciliteit van VECOZO nog niet beschikbaar is, dient subsidieontvanger te beschikken over programmatuur waarmee beveiligde communicatie per e-mail kan plaatsvinden. Deze programmatuur moet gebruikt worden bij het uitwisselen van informatie tussen de subsidieontvanger en gemeente, anders dan het uitwisselen berichten zoals bedoeld onder 12;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel