**1..** Voor de berekening van de reclamebelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.
**2..** De oppervlakte van een reclameobject wordt bepaald op het product van de grootste lengte vermenigvuldigd met de grootste breedte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het opschrift omsluit, dan wel het van de openbare weg zichtbare gedeelte van het opschrift omsluit.
**3..** Indien de openbare aankondiging bestaat in het aankondigingsvoorwerp zelf, wordt de oppervlakte bepaald op de oppervlakte van het voorwerp. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte van het aankondigings-voorwerp bepaald door de lengte of de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit.
**4..** Indien sprake is van een openbare aankondiging waarop door verschillende belastingplichtigen een aankondiging wordt gedaan, wordt de oppervlakte van de aankondiging van de belastingplichtige bepaald op de aan hem voor het doen van de aankondiging ter beschikking staande oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp.
**5..** Voor reclameobjecten die aan meerdere zijden zichtbaar zijn, zoals vlaggen, banieren en uithangborden, wordt de oppervlakte bepaald door die zijden bij elkaar op te tellen.
**6..** Indien er sprake is van een voorziening voor het doen van de aankondiging, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van de voorziening.
Indien de voorziening niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorziening omsluit.
Artikel 6