**1..** Elke voorziening waarvoor een subsidie voor peuteropvang of voorschoolse educatie wordt aangevraagd is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang.
**2..** De aanvrager van een subsidie voor peuterplaatsen voorschoolse educatie:
Beschrijft in het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, op zo concreet en toetsbaar mogelijke wijze:
De voor het kindercentrum kenmerkende visie op de voorschoolse educatie (pedagogisch en didactisch) en de wijze waarop deze visie is te herkennen in het aanbod van activiteiten,
De wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd met een landelijk erkend VVE-programma in 40 of 46 weken, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling,
De wijze waarop de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd met een kindvolgsysteem en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt afgestemd (planmatige begeleiding/opbrengstgericht werken). Hierbij worden de doelen voor het Jonge Kind van de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO-doelen van Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling, www.slo.nl) gehanteerd;
De wijze van resultaatmeting, kwaliteitsborging en evaluatie van begeleiding, kwaliteit en resultaten;
De wijze waarop de ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, onder andere in de zomervakantie bij een aanbod voorschoolse educatie van 40 weken (ouderbeleid),
Het inrichten van een passende ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgden het beschikbaar stellen van passend materiaal voor voorschoolse educatie, en
De wijze waarop wordt vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie.
De wijze van samenwerking met andere organisaties.
De houder geeft uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat de onderwerpen van het eerste lid betreft, evalueert de uitvoering jaarlijks, en stelt het plan zo nodig aan de hand hiervan bij.
Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit programma moet een landelijk erkend VVE-programma zijn https://www.nji.nl/nl/Databank/Databank-Effectieve-Jeugdinterventies/Erkende-interventies?thema=VVE
**3..** De aanvrager van een subsidie peuterplaatsen voorschoolse educatie voldoet aan de kwaliteitseisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie vastgesteld op 7 juli 2010, en zoals nadien gewijzigd.
**4..** De organisatie die een subsidie peuterplaatsen peuteropvang of voorschoolse educatie ontvangt, stelt voorafgaande aan de plaatsing van een peuter vast of de ouders geen recht op kinderopvangtoeslag hebben en daarmee recht op een peuterplaats peuteropvang of peuterplaats voorschoolse educatie.
**5..** De organisatie die een subsidie peuterplaatsen peuteropvang of voorschoolse educatie ontvangt factureert en int de ouderbijdrage, zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk ontvangen van deze bijdrage.
**6..** De organisatie die een subsidie peuterplaatsen peuteropvang of voorschoolse educatie ontvangt sluit met ouders een overeenkomst voor de peuterplaats waarin rechten en plichten zijn vastgelegd.
**7..** De organisatie is verplicht de ouders te stimuleren daadwerkelijk gebruik te maken van de gesubsidieerde plaats peuteropvang en een peuterplaats voorschoolse educatie en bij structureel geen gebruikmaken van de plaats de plaatsing te beëindigen. Dit laat onverlet dat de ouders verplicht zijn de eigen bijdrage over de periode dat zij een overeenkomst met de organisatie hebben te betalen. De te factureren ouderbijdrage wordt ten allen tijd in mindering gebracht op de vast te stellen subsidie voor de peuterplaats o.b.v. het inkomen van (beide) ouder(s) in het jaar t-1. Bij gewijzigde omstandigheden wordt het inkomen voor de subsidieberekeningen niet aangepast.
**8..** De houder werkt volgens de per 1 januari 2019 aangepaste Wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
**9..** De aanvrager wijst één medewerker aan als coördinator voor de peuteropvang/voorschoolse educatie.
**10..** In aanvulling op artikel 12 van de subsidieverordening overleggen alle coördinatoren Peuteropvang/Voorschoolse Educatie bij de organisaties die een subsidie hiervoor ontvangen gezamenlijk minimaal vier keer per jaar met de gemeente en de JGZ over de uitvoering van peuteropvang en het aanbod voorschoolse educatie (uitvoeringsoverleg peuteropvang en Voorschoolse Educatie).
**11..** De aanvrager neemt minimaal deel aan de gemeentelijke overleggen 1) Het LEA-overleg en 2) de werkgroep Doorgaande Ontwikkelingslijn 3) uitvoeringsoverleg peuteropvang en Voorschoolse Educatie.
**12..** De aanvrager werkt volgens de afgesproken procedure m.b.t. de Integrale Ondersteuningsstructuur 0-12 jaar en de Lingewaardse Overdracht- en Verwijsprocedure.
**13..** Plaatsing van doelgroeppeuters geschiedt vanaf de leeftijd van 2 jaar; als sprake is van wachtlijsten worden de doelgroeppeuters in volgorde van hun leeftijd geplaatst (oudste doelgroeppeuter wordt het eerst geplaatst). Bij uitzondering en in overleg met de gemeente kunnen kinderen jonger dan twee jaar met een indicatie eerder worden geplaatst of kinderen tussen de twee en vier jaar minder uren, als gebruik wordt gemaakt van nog nader vast te stellen specialistische hulpverlening. Dit geldt ook voor een verlenging, mocht een kind van 4 jaar nog niet naar de basisschool gaan.
**14..** In overleg met ouders, jeugdverpleegkundige en voorschoolse voorziening kan een peuterplaats kindplaats voorschoolse educatie voor een doelgroeppeuter o.b.v. een indicatie van de JGZ worden beëindigd voordat het kind 4 jaar wordt, als het kind zich leeftijdsadequaat ontwikkelt.
**15..** De aanvrager werkt nauw samen met de JGZ in Lingewaard voor het bereiken, toeleiden en verwijzen van doelgroeppeuters naar het aanbod voorschoolse educatie en koppelt terug over de inschrijvingen bij de voorschoolse voorziening en voorschoolse educatie aan de indicatiesteller en de gemeente.
Artikel 3