Burgemeester en wethouders oefenen namens de raad de bevoegdheid uit om de grenzen van een interferentiegebied te wijzigen en opnieuw vast te stellen, indien zij van oordeel zijn dat dit ter voorkoming van interferentie tussen gesloten en tussen gesloten en open bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie nodig is. Over deze wijziging vindt afstemming plaats met Gedeputeerde Staten van Utrecht.
Artikel 4