De grondslag voor de verwerking is dat de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de goede vervulling van de publiekrechtelijke taak of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag van de verwerkingsverantwoordelijke, dan wel van het bestuursorgaan waaraan de persoonsgegevens worden verstrekt.
Hoofdstuk 3.
Artikel 4.