Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 19.

Termijn van betaling

Onderdeel van Verordening haven-, kade- en opslaggelden 2020

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het recht worden betaald ingeval: a.. Bij wege van aanslag wordt geheven, binnen een maand na dagtekening van de aanslag; b.. In afwijking van het eerste lid, onder a, kan op verzoek van de belastingplichtige de aanslag als bedoeld in de hoofdstukken 2.1.2, 2.2.1c, 2.2.2c, 2.2.3c en 2.2.4c worden betaald in zes gelijke termijnen indien de verschuldigde bedragen door middel van automatische beta-lings¬incas¬so van de betaalre¬kening van de belastingschuldige kunnen worden afge¬schreven. De overige aanslagen kunnen van de belastingplichtige door middel van automatische beta-lings¬incas¬so van de betaalre¬kening van de belastingschuldige worden afgeschreven in één termijn van een maand. c.. Bij wege van schriftelijke kennisgeving wordt geheven als bedoeld in artikel 18, lid 2, op het moment van uitreiken van de kennisgeving. 2.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel