Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5.

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening haven-, kade- en opslaggelden 2020

Geen havengeld wordt geheven voor: a.. vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke onmiddellijk of middellijk in gebruik zijn bij het Rijk voor de naleving of de handhaving van de scheepvaartreglementen; b.. vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke onmiddellijk of middellijk in gebruik zijn voor het beheer en onderhoud van de haven van de gemeente Almelo; c.. vaartuigen behorende aan de gemeente Almelo; d.. roeiboten, behorende bij vaartuigen, waarvoor havengeld verschuldigd is; e.. vrachtschepen, die uitsluitend aanleggen voor het innemen van levensmiddelen voor eigen gebruik voor de opvarenden, waarbij de duur van de aanleg vier uren niet mag overschrijden; f.. vaartuigen die uitsluitend voor het uitvoeren van reparaties in gemeentelijk vaarwater verblijven; g.. lichters, die in geval van averij aan een vaartuig, de lading van een dergelijk vaartuig lossen; h.. sleepboten die niet langer dan vierentwintig uur in gemeentelijk vaarwater ver blijven; i.. hospitaalschepen, uitsluitend als zodanig in gebruik; j.. voor vaartuigen, waarmede uitsluitend gebruik wordt gemaakt van het gemeentelijk vaarwater voor doorvaart of om van vaarrichting te veranderen; k.. indien en voor zover het voortge¬zet verblijf uitsluitend een gevolg is van de stremming van de scheep¬vaart door ijs of andere meteorologische omstandigheden of door het onklaar worden van delen van het Twentekanaal, als sluizen en dergelijke.

Rechtspraak bij dit artikel