Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Waardering, activeren, afschrijving en rente vaste activa

Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Katwijk van 26 september 2019 tot vaststelling van de Financiële Verordening 2019

1.. Op activa wordt afgeschreven volgens de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingstermijnen bij deze verordening. 2.. Bijdragen in activa van derden worden direct ten laste van de exploitatie gebracht tenzij de raad hierover een besluit tot afschrijving neemt. 3.. Kosten voor het afsluiten van geldleningen en een saldo voor agio of disagio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 4.. Op vaste activa wordt lineair afgeschreven (vast percentage van de aanschafwaarde gedurende de termijn van afschrijving) - tenzij in bijzondere gevallen in een raadsvoorstel hiervan wordt afgeweken - met ingang van 1 januari van het boekjaar volgend op het jaar waarop minimaal 90% van de investering is gerealiseerd. 5.. Bij de berekening van de kapitaallasten wordt geen rekening gehouden met restwaarden. 6.. De rentelasten worden toegerekend op basis van de boekwaarde per 1 januari. 7.. Investeringen met een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd waarbij, indien investeringen “verzameld” plaatsvinden, dit criterium geldt voor de totale investering en niet per stuk. 8.. De componentenmethode wordt niet toegepast, tenzij in een raadsvoorstel anders wordt besloten. 9.. Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden niet geactiveerd, tenzij in een raadsvoorstel anders wordt besloten. 10.. Kredieten waarvan de investeringsomvang zich over meerdere jaren uitstrekt, kunnen worden gesplitst in een voorbereidingskrediet en een later aan te vragen uitvoeringskrediet. 11.. Het college legt afwijkingen van de bij of krachtens dit artikel vastgestelde regels over waardering en afschrijving van activa ter vaststelling aan de raad voor. 12.. Met het vaststellen van de jaarrekening worden kredieten die langer dan drie jaar openstaan afge-sloten, tenzij wordt gemotiveerd waarom het betreffende krediet nog beschikbaar moet blijven. 13.. Bij afboeken van boekwaarden grondposities worden tolerantiedrempels gehanteerd waarbij tot afboeking wordt overgegaan indien de afwijking tussen boekwaarde en taxatiewaarde groter is dan: 5% voor boekwaarden tot € 500.000; 3% voor boekwaarden hoger dan € 500.000 met een minimum van € 25.000.

Rechtspraak bij dit artikel