In deze beleidsregels wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
woonadres: het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;
briefadres: het adres waar, bij het ontbreken van een woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet BRP, voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen en waar, indien daartoe grond bestaat, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken;
briefadresgever: de natuurlijke persoon die als ingezetene is ingeschreven of rechtspersoon die door het college is aangewezen om als briefadresgever in zijn gemeente op te treden (artikel 2.42 Wet BRP);
briefadreshouder: de ingezetene in de basisregistratie die een briefadres houdt.
gezinshuishouden:
twee personen die volgens de basisregistratie personen een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gehuwd zijn, met of zonder kind(eren);
twee personen die door het overleggen van een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond, dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren, met of zonder kind(eren);
een alleenstaande ouder met kind(eren).