Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK

Artikel 10.

Betaling en declaratie van onkosten

Onderdeel van Verordening onkostenvergoedingen en voorzieningen raads- en commissieleden 2019

1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door betaling vooruit uit eigen middelen. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en gespecificeerde bewijsstukken, waarbij wordt vermeld met welk doel de uitgaven zijn gedaan. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen zes weken na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt het college van burgemeester en wethouders er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen zes weken na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel