Naar hoofdinhoud
6.1 Vaststellen hoogte pgb De hoogte van een pgb wordt vastgesteld op basis van een voorziening in natura die gelijkwaardig kan worden geacht aan de ondersteuning zoals bedoeld in artikel 2.3.6, tweede lid onder c, Wmo 2015 en waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede voorzieningen, van derden te betrekken. De hoogte van het pgb voor rolstoelen, hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur-, dan wel aanschafprijs van de adequaat goedkoopste bijdrage, waaronder gerekend onderhoud, reparatie en verzekering zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is. Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb kan het college rekening houden met de (extra) kosten van de WA-verzekering bij vervoersvoorzieningen. De hoogte van het pgb voor een woonvoorziening wordt afgestemd op: de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de woonvoorziening. Indien de woningaanpassing in zelfwerkzaamheid wordt getroffen vervallen de loonkosten; het architectenhonorarium, indien dit noodzakelijk is, tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald voor de leden van NLingenieurs en BNA in DNR 2011; de kosten voor het toezicht op de uitvoering indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges voor de bouwvergunning, voor zover de bouwvergunning betrekking heeft op het treffen van de woningaanpassing; de door college schriftelijk goedgekeurde kostenverhoging, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien had kunnen zijn. Voor de verstrekking van een pgb voor een woonvoorziening gelden de volgende voorwaarden: Met de werkzaamheden waarop de maatwerkvoorziening betrekking heeft, mag geen aanvang worden gemaakt voordat het college positief heeft beslist op de aanvraag; Het college heeft desgevraagd, op één of meer door het college te bepalen tijdstippen, toegang tot de woning of het gedeelte van de woning waar de aanpassing wordt aangebracht; De cliënt verstrekt desgevraagd inzage in de bescheiden en tekeningen die betrekking hebben op de woningaanpassing; Aan het college wordt desgevraagd de gelegenheid geboden tot het controleren van de gerealiseerde woonvoorziening. Het college kan het pgb in gedeelten (laten) uitbetalen. De cliënt aan wie een pgb is verstrekt voor het realiseren van een woonvoorziening is verplicht zorg te dragen voor een opstalverzekering die in voldoende mate de waarde van de woning dan wel de getroffen woonvoorziening, dekt voor het risico van schade. De hoogte van een pgb beschermd wonen wordt gebaseerd op de kostprijs van de adequaat goedkoopste voorziening in natura. 6.2 Categorieën hulpverleners Indien het pgb wordt aangewend om diensten in te kopen, hanteert het college de volgende categorieën aan hulpverleners en ondersteuners: Categorie A: een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d of e, van de Handelsregisterwet 2007; en waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit artikel. Categorie B: een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit artikel; en die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel aan wie een geldige beschikking als bedoeld in artikel 3.156 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is afgegeven. Categorie C: een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van maatschappelijke ondersteuning; en waarmee de persoon aan wie het pgb is toegekend dan wel degene daarover verantwoording is verschuldigd een arbeidsovereenkomst aangaat. Categorie D: een persoon niet zijnde een persoon als bedoeld in categorie C; en waarmee de persoon aan wie het pgb is toegekend dan wel degene die daarover verantwoording is verschuldigd een arbeidsovereenkomst aangaat. Categorie E: een persoon zijnde een (ex-)partner, of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad; of een persoon zijnde een (ex-)partner, of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de wettelijke vertegenwoordiger; die verantwoording over het pgb verschuldigd is; en waarmee de persoon aan wie het pgb is toegekend dan wel degene die daarover verantwoording is verschuldigd geen arbeidsovereenkomst aangaat. 6.3 Regels voor pgb: begeleiding Onder begeleiding als bedoeld in dit artikel wordt verstaan: begeleiding individueel, begeleiding in groepsverband (dagbesteding) en kortdurend verblijf. De hoogte van het pgb voor begeleiding, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is overeenkomstig aan het laagste tarief van het betreffende kalenderjaar dat het college voor de producten in natura heeft vastgesteld, rekening houdende met dat: voor categorie A maximaal 100% van het bedoelde tarief geldt; voor categorie B maximaal 80% van het bedoelde tarief geldt; voor categorie C maximaal 80% van het bedoelde tarief geldt; voor categorie D maximaal het uurloon dat afgeleid is van het wettelijk minimumloon (inclusief vakantiegeld en vakantie-uren) per 1 juli van het voorafgaande kalenderjaar geldt, vermeerderd met 3%, en daarna vermeerderd met 20% van dat loon ten behoeve van werkgeverslasten; voor categorie E het uurloon dat is afgeleid van het wettelijk minimumloon (inclusief vakantiegeld) per 1 juli van het voorafgaande kalenderjaar geldt, vermeerderd met 3%. In afwijking van lid 2 geldt dat als dit tarief niet op 1 oktober van dat jaar bekend is, het tarief van het voorafgaande kalenderjaar van toepassing is, vermeerderd met het meest recente definitieve OVA-indexpercentage. Voor vervoer, waarvan de noodzaak apart is geïndiceerd, van huis naar de dagbestedingslocatie, geldt dat het tarief overeenkomstig is aan het vervoerstarief dat het college in natura heeft vastgesteld wanneer een cliënt daadwerkelijk wordt vervoerd. 6.4 Regels voor pgb: hulp bij het huishouden De hoogte van het pgb voor hulp bij het huishouden is overeenkomstig aan het laagste tarief van het betreffende kalenderjaar dat het college voor de producten in natura heeft vastgesteld, rekening houdende met dat: voor categorie A maximaal 100% van het bedoelde tarief geldt; voor categorie B maximaal 80% van het bedoelde tarief geldt; categorie C bij hulp bij het huishouden niet van toepassing is; voor categorie D maximaal het uurloon dat afgeleid is van het wettelijk minimumloon per 1 juli van het voorafgaande kalenderjaar geldt, vermeerderd met 3%, en daarna vermeerderd met 20% van dat loon ten behoeve van werkgeverslasten; voor categorie E het uurloon dat is afgeleid van het wettelijk minimumloon per 1 juli van het voorafgaande kalenderjaar geldt, vermeerderd met 3%. In afwijking van lid 1 geldt dat als dit tarief niet op 1 oktober van dat jaar bekend is, het tarief van het voorafgaande kalenderjaar van toepassing is, vermeerderd met het meest recente definitieve OVA-indexpercentage. 6.5 Regels en voorwaarden met betrekking tot aanwending pgb Een beslissing tot verlening van pgb ten behoeve van een maatwerkvoorziening, kan worden ingetrokken als blijkt dat deze binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend. Bij de verstrekking van een pgb voor het realiseren van een maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening dient uiterlijk binnen 6 maanden na het toekenningsbesluit met de werkzaamheden te worden begonnen. Het pgb voor een maatwerkvoorziening in de vorm van woonvoorzieningen dient binnen 12 maanden na toekenning te zijn aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Onmiddellijk na de voltooiing van de aanpassingswerkzaamheden in het kader van de maatwerkvoorziening in de vorm van woonvoorzieningen, doch uiterlijk binnen 12 maanden na het besluit tot toekenning, verklaart de cliënt schriftelijk aan het college middels een gereedmelding dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid. De gereedmelding, bedoeld in het vorige lid, is voorzien van een verklaring van cliënt waaruit blijkt dat bij het treffen van de maatwerkvoorziening is voldaan aan de voorwaarden waaronder het pgb is toegekend. Als niet is voldaan aan de voorwaarden als genoemd in het tweede tot en met vijfde lid, kan de beslissing tot verlening van een pgb, (gedeeltelijk) worden ingetrokken. Voor wat betreft de regels en voorwaarden voor het aanwenden van het pgb beschermd wonen, wordt aangesloten bij de afspraken van de regio Noord- en Midden-Limburg, die door het college nader worden vastgelegd in het Besluit beschermd wonen en opvang Weert. 6.6 Regels voor pgb: beschermd wonen Het pgb als bedoeld in artikel 6.1, lid 8 bedraagt bij: professionele en gediplomeerde hulp: maximaal de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura; gediplomeerde ZZP’ers, maximaal 90% van de goedkoopst adequate voorziening in natura; niet-professionele hulp uit het eigen sociaal netwerk: 75% van het tarief voor professionele hulp, tot een maximumbedrag van € 20 per uur. Op gemotiveerd verzoek van de cliënt en indien dit anders leidt tot onbillijke situaties geldt een tarief tot een maximumbedrag van € 25 per uur, mits daar een financiële compensatie aan de hulp tegenover staat. Indien uit het onderzoek blijkt dat een cliënt structureel behoefte heeft aan aanvullende ondersteuning kan in uitzonderlijke gevallen een toeslag intensieve ondersteuning toegekend worden. Deze toeslag wordt toegekend indien er: als een gevolg van een lichamelijke of somatische aandoening, inzet van (verpleegkundige) ondersteuning nodig is aanvullend op de ondersteuningsvorm beschermd wonen of de ondersteuningsvorm beschermd thuis, en/of; er sprake is van dermate complexe psychiatrische problematiek, in combinatie met ernstige gedragsproblematiek, waardoor er inzet van begeleiding nodig is aanvullend op de ondersteuningsvorm Beschermd Wonen. Indien uit het onderzoek blijkt dat een cliënt behoefte heeft aan een geregisseerde dagbesteding, kan er een toeslag dagbesteding aanvullend op de ondersteuningsvorm Beschermd Wonen of de ondersteuningsvorm beschermd thuis worden toegekend. Voor de toepassing en berekening van de tariefdifferentiatie, zoals bedoeld in artikel 6.2 van deze verordening, wordt in de basis uitgegaan van fictief aantal te leveren uren: voor de ondersteuningsvorm beschermd thuis zes uur ondersteuning per week. voor de ondersteuningsvorm beschermd wonen acht uur ondersteuning per week.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel