De precariobelasting is verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak. Dit met uitzondering van de gevallen waar het voorwerpen betreft die naar de omstandigheden beoordeeld, bedoeld zijn het gehele jaar onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig te zijn.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
Voor de toepassing van het vierde lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Precariobelasting Gemeente Zwijndrecht 2020