De transitie van jeugdzorg naar de gemeenten beoogde dat hulp en ondersteuning laagdrempelig en dichterbij inwoners werd georganiseerd. Door de financiën te borgen bij de gemeenten in plaats van via diverse kanalen (voornamelijk rijk en provincie) wilde men ook versnippering van hulp aan kind, gezin en jongere voorkomen. Men ging er vanuit dat daardoor de kosten op termijn naar beneden konden worden bijgesteld. Daarnaast was een belangrijke motivatie dat de lokale overheid beter in staat was om de transformeren.
Toeleiding naar jeugdhulp kan op verschillende manieren gebeuren:
vrij toegankelijke jeugdhulp (zie artikel 2.3);
toegang jeugdhulp via de gemeente Krimpenerwaard;
toegang via de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist;
toegang via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter, het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting;
toegang via het Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling Veilig Thuis (AMHK/VT);
toegang naar Ernstige Enkelvoudige Dyslexiezorg (EED via het “meldformulier EED beschikking” en de “verwijzing door school” dat de zorgaanbieder naar de gemeente stuurt.
Indien een jeugdige recht heeft op zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of Passend Onderwijs zijn deze wetten voorliggend op de Jeugdwet en zal het college van de gemeente Krimpenerwaard voor deze zorg geen voorziening treffen op grond van de Jeugdwet.