Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Pgb jeugdhulp

Onderdeel van Regeling Jeugdhulp Krimpenerwaard 2019

De jeugdige of zijn ouders dienen voorafgaand aan het eerste huisbezoek in het kader van een aanvraag om jeugdhulp een plan te overleggen waarin staat hoe het pgb wordt besteed en dat het toereikend is om adequate jeugdhulp in te kopen. De keuze voor een pgb wordt door het college getoetst aan de criteria uit de Jeugdwet: de bekwaamheid van de aanvrager. Beoordelingscriteria zijn: aanvrager is voldoende in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ten aanzien van de ondersteuningsvraag: hij of zij moet duidelijk kunnen maken welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning hij gebaat zou zijn; aanvrager moet goed op de hoogte zijn van de rechten en plichten die horen bij het beheer; aanvrager moet in staat zijn om de opdrachtgeverstaak op zich te nemen: bijvoorbeeld het kiezen van de juiste zorgverlener, het aangaan van een zorgovereenkomst, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een correcte administratie; de bekwaamheid voor het hebben van een pgb wordt in samenspraak met de aanvrager getoetst, maar het oordeel van een consulent van de gemeente Krimpenerwaard is leidend. Mocht deze professional van oordeel zijn dat de aanvrager niet (voldoende) bekwaam is voor het houden van een pgb, dan wordt het pgb geweigerd. Bij twijfel rondom de bekwaamheid van de aanvrager om zelf zorg in te kopen of indien er sprake is van een niet-stabiel ziektebeeld, kan door het gebruik van een korte looptijd van de indicatie op korte termijn worden bekeken of de aanvrager over de vaardigheden beschikt om een pgb te beheren en of dat het pgb nog voldoende voorziet in de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. de motivering door de aanvrager dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet passend is. Met deze argumentatie moet duidelijk worden dat de aanvrager zich voldoende heeft georiënteerd op de voorziening in natura. Wanneer de aanvrager de onderbouwing in redelijkheid heeft beargumenteerd zal de gemeente Krimpenerwaard de aanvraag niet weigeren. Er zijn enkele concrete voorbeelden te noemen die de aanvrager redelijkerwijs kan aanvoeren om te motiveren dat pgb passend is: de benodigde ondersteuning is niet goed vooraf in te plannen; de benodigde ondersteuning moet op ongebruikelijke tijdstippen geleverd worden; de benodigde ondersteuning moet op veel korte momenten per dag geboden worden; de benodigde ondersteuning moet op verschillende locaties geleverd worden; als het noodzakelijk is om 24 uur ondersteuning op afroep te organiseren; als de ondersteuning door de aard van de beperking (bijvoorbeeld autisme) door een vaste hulpverlener moet worden geboden; de hulpverlening moet voldoen aan de kwaliteitseisen van de Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet en de overige regelgeving die op de hulpverlener van toepassing is. De jeugdige of zijn ouders stellen een zorgovereenkomst op met de partij die de jeugdhulp verleent. De overeenkomst wordt ondertekend door de budgethouder en de hulpverlener. Indien de overeenkomst wordt gesloten met een instantie, wordt de overeenkomst ondertekend door de budgethouder en de instantie. In deze zorgovereenkomst wordt naast de te verrichten activiteiten in ieder geval opgenomen: de NAW-gegevens van de budgethouder inclusief het Burgerservicenummer, een overzicht van de dagen waarop door de hulpverlener is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren en het rekeningnummer waarop facturen voldaan dienen te worden; indien de overeenkomst is gesloten met een instantie: het btw-nummer van de instantie, een overzicht van de dagen waarop door de hulpverlener is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren en de naam en het adres van de instantie; indien de overeenkomst wordt gesloten met een hulpverlener die niet verbonden is aan een professionele organisatie: een verklaring omtrent het gedrag (VOG) waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn tegen de uitoefening van zijn/haar functie, informatie waaruit blijkt dat de hulpverlener een ingezetene van Nederland is en het Burgerservicenummer van de hulpverlener. Indien de hulpverlener als zelfstandige professional (zzp’er) de zorg verleent, geldt als aanvullende voorwaarde dat deze ingeschreven dient te staan bij de Kamer van Koophandel.

Rechtspraak bij dit artikel