Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2

Verplichtingen budget overige voorzieningen

Onderdeel van Regeling maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2019

Bij het verlenen van een persoonsgebonden budget voor overige voorzieningen gelden de volgende verplichtingen: de voorziening moet voldoen aan het programma van eisen dat is opgesteld door de gemeente en, indien van toepassing, aan het Kwaliteiten Bruikbaarheids Onderzoek van Hulpmiddelen keurmerk en/of komt voor op de lijsten van het TNO-keurmerk dan wel een gelijkwaardig keurmerk goedgekeurde hulpmiddelen. in geval van een rolstoel- of vervoersmiddel wordt de voorziening ingekocht bij een leverancier die erkend is volgens de Erkenningsregeling Revalidatietechnisch Bedrijf en voldoet deze aan de eisen van de Revakeur, tenzij een tweedehands voorziening. De looptijd is dan gelijk aan de verkorte termijn waarop de voorziening technisch is afgeschreven rekening houdend met onderhoud en verzekering. Een eenmalige uitkering wordt bepaald aan de hand van door de cliënt opgevraagde twee onafhankelijke offertes, waarbij de prijs van de leverancier die de goedkoopst compenserende voorziening kan leveren doorslaggevend is. De gemeente is gemachtigd om een tegenofferte op te vragen, waarbij de goedkoopst compenserende voorziening uitgangspunt is voor verdere besluitvorming. de cliënt of budgethouder verantwoordt een voorziening waarvoor een eenmalige uitkering is verstrekt, binnen drie maanden na aanschaf van de voorziening, aan de hand van het bij de beschikking gevoegde verantwoordingsformulier en kopie van het aanschafbewijs.

Rechtspraak bij dit artikel