Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II: › Paragraaf I.

Artikel 5

Samenstelling

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PLASSENSCHAP LOOSDRECHT e.o.

1.. De Plassenraad bestaat uit 12 leden, te weten: drie vertegenwoordigers van de gemeente Stichtse Vecht, aan te wijzen door de raad van die gemeente uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders. drie vertegenwoordigers van de gemeente Wijdemeren, aan te wijzen door de raad van die gemeente uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders. twee vertegenwoordigers van de gemeente Utrecht, aan te wijzen door de raad van die gemeente uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders. twee vertegenwoordigers van de provincie Noord-Holland, aan te wijzen door provinciale staten uit hun midden en uit de leden van het college van gedeputeerde staten; twee vertegenwoordigers van de provincie Utrecht, aan te wijzen door provinciale staten uit hun midden en uit het college van gedeputeerde staten; 2.. Er dient bij de aanwijzing ingevolge het eerste lid van iedere deelnemer tenminste één lid te worden aangewezen uit het college van burgemeester en wethouders respectievelijk het college van gedeputeerde staten. De voorzitter van de Plassenraad wordt uit de leden als bedoeld in dit lid verkozen en maakt als lid deel uit van de Plassenraad. 3.. De aanwijzing van de leden van de Plassenraad vindt plaats zodra de gemeenteraden respectievelijk provinciale staten de nieuwe colleges van burgemeester en wethouders respectievelijk van gedeputeerde staten hebben samengesteld na de gemeenteraadsverkiezingen respectievelijk statenverkiezingen. Het aanwijzen van leden ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of om een andere reden openvallen, vindt plaats binnen acht weken na dat openvallen. 4.. De leden van de Plassenraad worden aangewezen voor een periode van vier jaar. Een tussentijds aangewezen lid wordt aangewezen voor de resterende bestuursperiode van de opengevallen plaats. Een lid dat ophoudt lid te zijn van provinciale staten, de gemeenteraad, het college van gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders houdt tevens op lid te zijn van de Plassenraad. 5.. Het lidmaatschap van de Plassenraad is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van het Plassenschap aangesteld of daaraan ondergeschikt, dan wel daarvoor werkzaam. 6.. De in het eerste lid van dit artikel genoemde aanwijzende organen wijzen voor elk lid van de Plassenraad tevens een plaatsvervanger aan. Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op een plaatsvervangend lid van de Plassenraad. 7.. De Plassenraad kan zich zowel in als buiten de vergadering laten bijstaan door adviseurs.

Rechtspraak bij dit artikel