**1..** De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.
**2..** Indien een standplaats gedurende een of meerdere verhuurperiode(n) binnen het kalenderjaar gedurende minimaal 28 aaneengesloten dagen aan dezelfde persoon of personen wordt verhuurd, wordt de belasting voor die verhuurperiode(n) forfaitair geheven naar rato van de duur van de door belastingplichtige overeengekomen afzonderlijke verhuurperiode(n).
Hierbij worden de volgende verhuurperioden onderscheiden:
**•.** verhuurperiode A van 28 t/m 45 dagen
**•.** verhuurperiode B van 46 t/m 76 dagen
**•.** verhuurperiode C van 77 t/m 107 dagen
**•.** verhuurperiode D van 108 t/m 138 dagen
**•.** verhuurperiode E van 139 t/m 169 dagen
**•.** verhuurperiode F van 170 t/m 200 dagen
**•.** verhuurperiode G van 201 dagen of meer
Hierbij wordt verstaan onder:
Een standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een periode van minimaal 1 maand plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen.
**3..** Indien een standplaats in de loop van een jaar afwisselend voor kortere en langere perioden wordt verhuurd, wordt de heffing bepaald op de som van de afzonderlijke heffingen die op grond van lid 1 en 2 verschuldigd zijn.
Artikel 4
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2020