**1..** Het is verboden om de bodem van een terrein, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub c, onder 2, of een archeologisch verwachtingsgebied, als bedoeld in artikel 1, onder i, te verstoren.
**2..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien:
in het geldende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen die dezelfde belangen beschermen omtrent archeologische monumentenzorg;
sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wabo en in de omgevingsvergunning voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
een door het bevoegd gezag te toetsen rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
**3..** Het rapport, zoals bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder c, dient tenminste te voldoen aan de op dat moment geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, de bijbehorende protocollen en – indien van toepassing – het door het bevoegd gezag goedgekeurde archeologische programma van eisen in overeenstemming met Protocol 4001, zoals deze onderdeel uitmaakt van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
**4..** De opsteller van het rapport, zoals bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder c, mag ook een persoon van een niet-gecertificeerde instelling zijn, zoals bedoeld in Protocol 4001 en 4002, indien het rapport door, namens of in opdracht van de gemeente Tiel is opgesteld.
HOOFDSTUK 3. › Paragraaf 1.
Artikel 16.