** 1. .** In de toelichting op een bestemmingsplan, wijzigingsplan, ruimtelijke onderbouwing of omgevingsplan wordt ten minste opgenomen:
een beschrijving van de bovengrondse en ondergrondse cultuurhistorische waarden in het plangebied en de directe omgeving, volgens een door het college vast te stellen werkwijze;
een beschrijving van de wijze waarop met de in het plangebied en de directe omgeving aanwezige bovengrondse en ondergrondse cultuurhistorische waarden rekening is gehouden;
** 2. .** Het college vraagt ten behoeve van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, ruimtelijke onderbouwing of omgevingsplan advies aan de medewerker Monumenten van de gemeente ten aanzien van de juiste weging van cultuurhistorische waarden en de wijze waarop de beschrijving als bedoeld onder lid 1 in de toelichting op het bestemmingsplan, wijzigingsplan, ruimtelijke onderbouwing of omgevingsplan wordt opgenomen.
** 3. .** Indien de medewerker Monumenten van de gemeente dat nodig acht vraagt het college daarbij tevens advies van de Monumentencommissie.
HOOFDSTUK 7.
Artikel 25.