Naar hoofdinhoud
1.. De stadsbouwmeester wordt door het college benoemd en ontslagen. 2.. De stadsbouwmeester kan ten hoogste voor een termijn van twee jaar worden benoemd. Hij/zij kan worden herbenoemd voor een volgende periode van ten hoogste 4 jaar. 3.. Een vertegenwoordiger van de gemeenteraad en de portefeuillehouder uit het college maken in ieder geval deel uit van een door het college in te stellen sollicitatie- en selectiecommissie. 4.. Bij langdurige uitval van de stadsbouwmeester kan een tijdelijke vervanging worden aangetrokken. 5.. Door of namens het college vindt er jaarlijks, vóór 1 april, een evaluatiegesprek plaats met de stadsbouwmeester over het functioneren van de stadsbouwmeester in het voorgaande jaar. In het eerste jaar van zitting vindt dit gesprek in november van dat jaar en op basis van de ervaringen van dat jaar tot dan toe plaats.

Rechtspraak bij dit artikel