Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 15:

Financiële verantwoordelijkheid

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie CJG Drimmelen Geertruidenberg

De colleges dragen er, onverminderd het bepaalde in artikel 14, zorg voor dat de bedrijfsvoeringsorganisatie te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan zijn verplichtingen te voldoen. Wanneer de verplichtingen van de bedrijfsvoeringsorganisatie gedurende het boekjaar redelijkerwijs niet meer voldaan kunnen worden uit de liquide middelen van de bedrijfsvoeringsorganisatie, dragen de deelnemers de kosten van de verplichtingen ieder voor de helft. Het bepaalde in dit artikellid geldt met betrekking tot de eerste twee boekjaren te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de regeling. Na afloop van de eerste twee boekjaren, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze regeling en daarna na afloop van iedere vijf boekjaren te rekenen vanaf het derde boekjaar na inwerkingtreding van deze regeling, wordt de verdeling van de kosten als bedoeld in het tweede lid van dit Artikel aan de hand van een analyse op basis van nader vast te stellen objectieve indicatoren geëvalueerd als bedoeld in Artikel 30 van deze regeling. Met betrekking tot het derde boekjaar blijft de verdeling van de kosten als bedoeld in het tweede lid van dit Artikel gelden indien en voor zover in de regeling niet in een andersluidende verdeling is voorzien. Met betrekking tot ieder zesde boekjaar te rekenen vanaf het derde boekjaar na inwerkingtreding van deze regeling, blijft de direct daaraan voorafgaande verdeling van kosten gelden indien en voor zover in de regeling niet in een andersluidende verdeling is voorzien. Voor zover de evaluatie als bedoeld in het derde lid van dit Artikel leidt tot een gewijzigde wijze om de kosten te verdelen, geldt die wijziging met ingang van de eerste dag van het boekjaar waarin de evaluatie die tot de wijziging heeft geleid heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel