De colleges van de deelnemende gemeenten kunnen een verzoek tot opheffing van de bedrijfsvoeringsorganisatie indienen bij het bestuur.
Het bestuur zendt het verzoek tot opheffing onverwijld door naar de colleges en raden van de deelnemers.
De bedrijfsvoeringsorganisatie wordt opgeheven wanneer de raden daarvoor goedkeuring hebben gegeven en alle colleges daartoe besloten hebben.
In het geval de colleges hebben besloten tot opheffing van de bedrijfsvoeringsorganisatie en de raden daarvoor goedkeuring hebben gegeven als bedoeld in het derde lid van dit Artikel, besluit het bestuur tot opheffing en stelt het bestuur een vereffeningsplan op. In het liquidatieplan worden de financiële gevolgen en de overige gevolgen van de opheffing geregeld. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.
Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling.
Een na vereffening resterend batig of een negatief saldo, zal overeenkomstig de op dat moment tussen de deelnemers geldende regeling voor de verdeling van de benodigde financiële middelen als bedoeld in Artikel 14 van deze regeling tussen de deelnemers verdeeld worden.
Het bestuur blijft in functie, totdat de vereffening is voltooid.
De opheffing gaat in op een door het bestuur te bepalen ingangsdatum.
Hoofdstuk 6:
Artikel 25:
Opheffing
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie CJG Drimmelen Geertruidenberg